Schoolveiligheidsbeleid
De school en de wet
De school voert een veiligheidsbeleid, gericht op het voorkomen, registreren, afhandelen en evalueren van incidenten. Het beleid voorziet in een regelmatige meting van de veiligheidsbeleving van de leerlingen. De school heeft een functionaris die aanspreekpunt is als het gaat om pesten en een coördinator van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten op school.

Verantwoording
De wet bepaalt dat de school ten minste een veiligheidsbeleid (sociale, psychische en fysieke veiligheid) voert dat bestaat uit een samenhangende set van maatregelen gericht op preventie en op het afhandelen van incidenten, ingebed in het pedagogische beleid van de school en stevig verankerd in de dagelijkse praktijk (art. 4c, WPO). In de memorie van toelichting bij de wetswijziging over sociale veiligheid op school, waarbij art. 4c aan de WPO is toegevoegd’, wordt onder ‘sociale veiligheid’ minimaal verstaan: een school is veilig als de psychische, sociale en fysieke veiligheid van leerlingen niet door handelingen van andere mensen wordt aangetast. Daarvoor is nodig dat leraren een veilige ruimte scheppen, waarin duidelijke afspraken gelden en het mogelijk is om sociaal gedrag aan te leren (art 4c, WPO en art 8, lid 2, WPO).

Monitoring
De wet geeft aan dat de school de veiligheid van leerlingen monitort met een instrument dat een representatief en actueel beeld geeft (art. 4c,lid 1 sub b, WPO). Een school kan pas goed beleid ten aanzien van sociale veiligheid voeren als zij inzicht heeft in de feitelijke en ervaren veiligheid en het welbevinden van de leerlingen. Op basis van monitoring krijgen scholen inzicht in de daadwerkelijke sociale veiligheid op de school. Op basis van dit veiligheidsbeeld kan de school haar beleid gericht inzetten om de sociale veiligheid te bevorderen en pesten tegen te gaan. Voor ouders en leerlingen is het van belang dat ze een laagdrempelig aanspreekpunt hebben binnen de school, wanneer er sprake is van een situatie waarin gepest wordt. Daarom schrijft art. 4c, lid 1 sub c, van de WPO voor dat iedere school de navolgende taken op school belegt bij tenminste één persoon:
• coördinatie van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten op school
• fungeren als aanspreekpunt in het kader van pesten

Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor verdere invulling van de verplichtingen die de wet stelt en vertalen het beleid naar het pedagogisch beleid van de school en verankeren dit in de dagelijkse onderwijspraktijk.